Sunteremaarte

Posted: November 4, 2017 in Uncategorized

beste biet

duizende pôtentiêle Sunteremaartelichies!

Deer keke wai al dage nei uit. Om klokslag voif mochte we den oindeluk ‘rs de woid uit en gonge we lopend nei de Roôie brug. Deer begonne we altoid om zo koeterdekoet richting dorp te gaan, weer de meiste huize bai mekaar stinge en weero je effies gauwerder je tassie vol had. Maar altoid eerst de Walingsdijk, weer wai ok an weunde. Nou hadde wai gien lampions of zuk, maar me vader holde altoid een biet uit. ’t Snokkerste wasze de biete met ’n roôd kleurtje, want die skene zo bar mooi deur. Eerst haalde ie ’n plak van de bovekant erof, maakte deer ’n rookgat in en zette ’t spul nei ’t uitholle weer met twei luizepootjes, zo noemde wai lucifers zien, vast. Als de biet uitholt was, den ging ie an de zoikante Sunte Maarte en de bedelaar uitsnaaie. Je wete wel: hai hakte z’n jassie an tweeë met ze zweerd en gaf ien end an die joôn. Me vader snee ok meistes ’n môlentje erboi. As ’t waxinelichie den anging en we ’t licht uitdede, was dat een allemachtig mooi gezicht. Wai bar groôs maar ’t was voor de nering niet al te best. We hadde teveul bekoiks. Van Dorus van der Lee tot en met vrouw Hille moste we zewat overal effies binnenkomme om de biet zien te leite. En we zonge ok nag hêle lange liedjes en alle keplette. Dat vrat toid. En we ware wel om voif uur begonne te lope, maar om klokslag acht ginge alle deure dicht. En we mochte van thuis niet van die rare liedjes zinge zo as “Sunteremaarte de deur is vast, geef de kirrel op ze bast”. Dat hoorde vezelf niet. D’r ware nag gien Marse, Bounties en Snickers dat wai moste ’t doen met wat moppies, ‘n spikkelasie, ’n hartje, hier en deer ’n zuurtje en af en toe ’n verskrompeld appeltje. En d’r was ’n buuvrouwtje deer krege wai altoid ’n duppie. Die sloege we vezelf niet over! Op ’n keer was ik al zewat weer bai huis en stond ik bar te zinge bai ’n bekende boederai. De boerin deed wat in me tassie en ok heur zeun kwam effe lachend over de koegang nei de deur en stak ok ze hand in me tas. Ik bloid, want dat ware twei vliege in ien klap. Totdat ik thuiskwam en de (zwum)tas omkeerde. De leuke buurjoôn had ’n hand heêl foin koeieheer in me tas stopt en we konne alle snoepies en koekspul weggooie, want d’r zat allegaar heer an. Alliendig de snoepies, die in ’n papiertje zatte, hewwe we houwe. Dat ik most er dun deur dat jaar. Slecht gaan joôs! Gelukkig had me moeder nag ’n onsie Engelse drop in de kast legge dat ik werd zoethouwe met ’n stik of wat van die droppies. ’t Jaar deernei hew ik de boederai oversloege. Ze hewwe den ok niet genôte van moin geskoôlde stem en de weer skitterende biet. Oige skuld, dikke bult!

Nico

 

Advertisements

Het bouwen van een vliegveld

Posted: October 6, 2017 in (Klein)kinderen

werk in uitvoering

Onlangs kreeg ik van twee kleinzoons een ansichtkaart met daarop de volgende zelfgeschreven vermelding: “opa, we hebben een klusje voor je”. Hun moeder legde daaronder uit dat ze graag een vliegtuig en een vliegveld getekend zouden willen hebben op de achterkant van een hardboard plaat, die als wegennet dienst doet. Met hun assortiment auto’s en Bob de Bouwer vehikels zijn ze daar úren zoet mee. Maar ook het aantal vliegtuigen (planes) groeit gestadig en dus moest er maar iets van een vliegveld worden ontworpen. Nou zag ik de achterzijde van die plaat niet zo zitten, maar iets nieuws zou ik wel willen maken. Dus op naar Multimate, alwaar ik een multiplex grondplaat van 120×80 cm liet zagen en wat plaatjes triplex scoorde. Thuis de kamer omgebouwd tot atelier en begonnen aan de klus. Een klein potje verf kost al gauw 9,95 €, dus dat was geen optie. Gelukkig hebben we hier aan de overkant van de straat een magazijn, waar werkelijk alles in te vinden is, dus ook restjes verf. Groen en grijs bijvoorbeeld voor de ondergrond en de start/landingsbaan. Het plan rijpte om twee hangars en een verkeerstoren te bouwen. Zo gezegd zo gedaan. Maar wat voor kleur moet je die nou weer geven? Opeens een helder idee: er zal voor de modelbouwer best wel een soort ‘steentjes-papier’ bestaan, waarmee gebouwen in een oogwenk kunnen worden bekleed. Even op internet gezocht en jawel hoor, het kostte een tochtje naar Alkmaar, maar dan heb je ook wel wat! Dus toren en hangars uit steen opgetrokken. Een antiek achtkantig glazen schaaltje uit de erfenis moest er aan geloven en werd de bovenzijde van de toren, zodat de verkeersleiding alle kanten van het veld in de smiezen kan houden. Nog 10 rood-wit geblokte ‘hondenhokken’ gefabriceerd voor rondom het veld en klaar is de airport! De jongens blij, maar vanwege de geluidsoverlast willen ze géén vakantievluchten uitvoeren. U bent dus gewaarschuwd. Misschien is Lelystad een optie?

in vol bedrijf

Nico

Bij- of scheldnaam?

Posted: September 14, 2017 in Historie

Bij de Historische Kring Ursem, waarvan ik deel uit maak, worden we soms voor een moeilijk dilemma geplaatst. Ooit kregen we van een dorpsgenoot een lange lijst met bijnamen van Ursemmers. Zo’n beetje iedereen in Volendam heeft een bijnaam, omdat daar de bevolking zo ongeveer uit vijf families is ontstaan en door de vele Veermannen, Schilders, Tollen, Kwakmannen en Zwarthoeden is het aanduiden van de juiste persoon bijna onmogelijk. Vandaar die bijnamen. Maar ook in Ursem kunnen we er wat van! En dan niet altijd (soms wel) om onderscheid te maken tussen mensen met dezelfde achternaam, maar ‘gewoon’ omdat men ooit in zijn of haar jeugd een bepaalde naam kreeg aangemeten. Meestal is dat een geinige naam, die al op de lagere school wordt gebezigd. Zo heetten mijn buurjongens bijvoorbeeld: Kuchel, Muggie, Skeet, Knoppie, Kaatje en Snarf. Maar wanneer is het nou een bijnaam en wanneer doe je er iemand pijn mee en is het een scheldnaam? Een voorbeeldje uit mijn jeugd: ik moest van m’n vader vliegertouw halen bij ‘Bollie’. Dat was een klein winkeltje onder aan de dijk midden in het dorp. Na tien minuten kom ik jankend thuis zonder touw. Mijn moeder: “weerom, peêuw je?” (Mijn moeder sprak Algemeen Beschaafd West-Fries met een licht West-Beemsters accent, ze had moeite met de ui en de eu, en noemde mij een eul als ze uil bedoelde..). Ik: “ik vroeg alliendeg maar: heb u nag vliegertouw vrouw Bollie, en toen kreeg ik een klap voor me kop”. Moeder: “lillijke joôn, je moete netjes vrouw Oudejans zegge!” Tot op de dag dat ik vliegertouw moest halen wist ik niet anders dan dat de uitbaatster van “de Kleine Bazar” Bollie heette. Haar echte naam Oudejans werd door niemand gebruikt, maar voor haar was Bollie geen leuke bijnaam, doch een scheldnaam. En dat resulteerde dus in een knal voor m’n kop. Of er dus ooit een artikel komt genaamd “bijnamen in Ursem” is maar de vraag. Voor je ’t weet heb je nietsvermoedend een knal te pakken…

De Kleine Bazar in een (veel) later tijdsgewricht

Nico

Vis

Posted: August 22, 2017 in Dagelijks leven

zure haring

Mijn vrouw is er verzot op en ik lust ook wel een visje. (Let op de nuancering!) Donderdags staat hier de Volendammer visboer en halen we meestal 3 zoute haringen. Twee voor haar en één voor mij. Met uitjes en zonder zoetzuur. Uitjes versterken de smaak, maar de zoetzure augurk verpest het geheel o.i. Daarnaast eten we af en toe een zure haring bij de rode kool, zomaar eens een gerookte makreel (denk om de graatjes) en als het lukt dan arresteer ik een bakje hom en kuit voor mezelf. Dat is arme mensenkaviaar. Een op de huid gebakken zalmpje gaat er ook wel in en dan houdt het wat mij betreft wel even op. Rog, zeewolf, snoekbaars, sliptong, paling en dergelijke zijn niet aan mij besteed, maar staan af en toe wel dampend op het bord van mijn buurvrouw, als we eens uit eten gaan. Vaak op een bedje van gestoofd zeewier of andere, verschrikkelijk gezonde groenten. Gisteren kwamen we een geheel ander visje tegen. Een vinvis van naar verluidt 18 meter 85 centimeter en een staartbreedte van 4,50 meter. Ja, die past niet in een potje van Ouwehand. Het beest was waarschijnlijk overvaren en dobberde al enige tijd levenloos in de Noordzee. Tot het aanspoelde tussen paal 17 en paal 18 op Texel. Met onze kleinkinderen Kiki en Max hadden we juist een dagje naar onze voormalige thuisbasis gepland en konden we dus van de gelegenheid gebruik maken om even naar het beest te kijken. We reden naar paal 17 en bij het uitstappen van de auto roken we haar (het was een meisje) al. We moesten nog wel een stief kwartiertje lopen en eerlijk gezegd trok de zee méér dan de vis. Kiki wilde niet kijken en vond dat het stonk en Max wilde ook liever zijn broek en shirt nat maken. Oma fungeerde als badmeesteres, dus was ik de enige van de familie, die dit unieke schouwspel bekeek en op de gevoelige plaat vastlegde. Medewerkers van Ecomare zaten met regenbroeken op en in de blubber (zo heet het écht!) het al rottende spek lost te snijden van het karkas. Het spek wordt verbrand en de botten worden schoongemaakt. Volgend jaar is de vinvis weer samengebouwd en te zien in de walviskamer van Ecomare. Wellicht hebben Kiki en Max dan meer zin om haar te bekijken…

rotte vis

Nico

Kaas

Posted: June 29, 2017 in Dagelijks leven

Hollandse verpakking!

We kunnen niet zonder. Ja, even over kaas. Nederlandse kaas, want als je aan de Franse begint dan komt er geen eind aan. En daar ruikt je koelkast ook zo van. Iedereen weet natuurlijk dat Edammer kaas niet uit Edam komt. En Goudse kaas ook niet uit Gouda, laat staan dat Kollumerkaas uit Kollum vandaan komt. En dat laatste weet ik zeker, omdat ik daar ooit eens tijdens de Kollumerkaasdagen in een weiland ben geland. Het gekke is dat Beemsterkaas weer wél uit de Beemster komt. Van de daar gevestigde Conofabriek aan de Rijperweg. Een klein beetje kaasdeskundig zijn we wel, omdat mijn vader zichzelf “pekelchef” noemde, tijdens zijn werkzaamheden in de – helaas gesloopte – kaasfabriek ‘de Prinses’ net buiten ons dorp in de Schermer, waar ze ‘gewoon’ Edammers en Goudse kazen maakten. Hij liet de kazen in een pekelbad glijden en haalde ze er ook weer uit. Van dat werk kreeg hij niet alleen gaten in zijn overall, maar bij tijd en wijle ook in zijn handen! Wij halen onze kaas gewoon bij Deen. Nou lag er laatst op de ontbijttafel een pakje Goudse belegen 48+ met een mooi Nederlands plaatje. Inderdaad: puur Hollands. Bij een wat nadere bestudering van de foto met molen, zag ik vrijwel gelijk aan de achtkantige binnenkruier dat die hier in de buurt moest zijn gemaakt. De Schermer is drooggemalen door 52 molens en ik meen dat er nog 11 over zijn. Het bleek geen moeilijke opdracht; aan de Molendijk (waar anders?) tussen Ursem en Schermerhorn vonden we de plaats delict. En als u de foto hiernaast ziet, dan kunt u dat zelf constateren. De hamvraag is nu natuurlijk: waar is die Goudse kaas met dat Schermer tintje gemaakt? (En tussen twee haakjes ham+kaas=tosti, maar dat terzijde).

Gevonden…

Nico

Weekendje Wenen

Posted: May 21, 2017 in Dagelijks leven

De meesten van jullie weten wel dat ik een trouwe supporter ben van de plaatselijke voetbalclub sc Dynamo. Uit én thuis sta ik voor zover mogelijk langs de lijn. De meeste voetbalclubs vragen geen entreegeld meer voor hun sportieve activiteiten, maar om de clubkas te spekken is er wél vaak de mogelijkheid om lootjes te kopen en in sommige gevallen ook mee te doen met een blinde pool. Ik heb dan ook altijd een los 2 Euromuntstuk in mijn kontzak om lootjes te kopen. Zo ben ik al eens thuisgekomen met een handdoek, met een Edammer kaas, een bier- en een koffiepakket. Erg leuk natuurlijk. Zondag 14 mei. De laatste dag van de competitie, een thuiswedstrijd tegen St Adelbert uit Egmond. Dynamo kan nog tweede worden en Adelbert vecht tegen degradatie. Dus een beetje spanning is er wel. Er is (nog) weinig volk op de been en het zal niet druk worden. Tenslotte is het ook nog eens Moederdag… Bij de dames van de loterijcommissie koop ik een stapeltje lootjes met de nummers 6 t/m 10. In de rust, als de elftallen uithijgen en thee verstrekt krijgen, worden de prijzen getrokken en op een bord geschreven, dat bij de ingang van de kantine staat. Zo kan iedereen zien of hij/zij prijs heeft en na de wedstrijd de gewonnen trofee ophalen in de bestuurskamer. Meestal maak ik na het fluitsignaal dat de eerste helft beëindigt een rondje om het veld en dan kijk ik of het ‘bingo’ is. Zo ook deze zondag. Met mijn handen in mijn zakken kijk ik op het bord en zie tot mijn niet geringe verbazing dat op nummer 7 een “Weekendje Wenen” is gevallen!! Joepie! Dat lijkt me erg leuk. De loterijcommissie heeft zichzelf overtroffen met zo’n prijs, maar ach aan het eind van het seizoen willen ze zich zeker nog even profileren. Het wordt een leuke tweede helft. In mijn gedachten vlieg ik al met Transmaffia naar Oostenrijk en op het veld vallen de doelpunten als rijpe peren uit een boom. We winnen met 6-0 en direct na het laatste fluitsignaal loop ik naar de bestuurskamer. Daar wordt mij een zak uien overhandigd. Inderdaad, een weekendje wenen met een kleine w dus. En aan het gewicht van die zak te voelen kunnen we wel drie máánden janken…

snik…

Nico

Erfgoed

Posted: May 2, 2017 in (Klein)kinderen

terug naar de vorige eeuw

“Het is een bijzonder kind, en dat is-ie”. Een uitspraak van vader Trom, wanneer hij het over zijn zoon Dik heeft. U weet wel, dat dikke jongetje met een hart van goud, dat allerlei kwajongensstreken uithaalt in de boeken van C. Joh. Kieviet. Het kapot gelezen exemplaar ‘Toen Dik Trom een jongen was’ staat al bijna zestig jaar bij ons in de boekenkast, maar is kortgeleden verhuisd naar de bibliotheek van twee van onze kleinkinderen (5 en 7). Het voorlezen bracht ze echter niet in vervoering, dus dachten we ze te verrassen en te enthousiasmeren door in de meivakantie (april dus) een bezoek te brengen aan het Dik Trom Museum. Het is namelijk zo dat de schrijver van het boek schoolmeester is geweest in Etersheim. En daar in Etersheim hebben ze het schooltje, waar hij stond, opgeknapt en ingericht naar de tijd dat meester Kieviet daar de scepter zwaaide. Een klein hoog lokaal, met banken waar inktpotten met schuifjes zijn ingebouwd, een kachel met een lange pijp, briketten en eierkolen. Oude schoolplaten aan de wanden en een hele verzameling leesplankjes. Aap-noot-mies. Alles ademt begin 1900. En het is ook nog eens interactief. Bezoekers van het schooltje kunnen de bank inschuiven en met een echte kroontjespen en inkt de schrijfkunst beoefenen. Daarna natuurlijk de inkt afvegen aan de zelfgemaakte inktlap en niet van de pen likken. De jeugd mag zich verkleden als kinderen uit de tijd van meester Kieviet of zoals ze ook te zien zijn op de plaatjes van “Ot en Sien” en zich zo voorstellen hoe het er een eeuw geleden op school toeging. In de gang staan een heel aantal glimmende gele klompjes, die de outfit compleet maken. Onze kleinkinderen vonden het niet zo noodzakelijk om zich te verkleden en kozen voor schooltje spelen in hun eigen kleren. Het schrijven daarentegen met zo’n rare pen en echte inkt, ging verbazend goed. Nu nog maar even afwachten of de avonturen van Dik Trom alsnog op kunnen tegen die van Frozen en Paw Patrol…

maar het kan ook zo…

Nico