Klim naar de hemel

Posted: June 4, 2018 in Historie

Wanneer je de aanhef leest, dan denken de blogvolgers (19..!) wellicht meteen dat ik weer eens een vliegtochtje heb gemaakt. Maar niets is minder waar. We hebben met z’n tweeën de Grote of Laurentius Kerk van Alkmaar beklommen. Het zit zo: de genoemde kerk bestaat 500 jaar en dat moest gevierd worden vonden ze in Kaeskoppenstad. Zo organiseerde men een pontificale mis (met Alkmaarder bisschop Punt en de Krönungsmesse van Mozart) en kon het gebeuren dat er na de Reformatie (1573) weer een katholieke viering werd gehouden. Wij waren erbij. Maar ook kon je letterlijk het dak op, hetgeen wij een paar dagen later hebben gedaan. Er is een immens steigerwerk rond de kerk geplaatst, waardoor je in eerste instantie naar een platform op 20 meter hoogte kon komen. Dan kon je door een ingenieuze constructie via een raam de kerk in om de plafondschildering “het laatste oordeel” te bewonderen om vervolgens na nog eens 20 meter klimmen bovenop het dak te staan. Met als beloning een riant uitzicht over de stad en de verre omgeving. Ook hebben we het stedelijk museum met een bezoek vereerd, waar diverse schilderijen van Ruysdael (je weet wel: van de molen) hingen, met als thema, inderdaad… de Grote Kerk. We hebben ons laten vertellen dat Ruysdael regelmatig in Alkmaar kwam, omdat zijn zwager daar woonde. Om precies te zijn in de Langestraat op nr. 20. Vandaar bijgevoegde foto. De Langestraat genomen vanaf het dak van de Grote Kerk op 40 meter hoogte. Een aanrader voor mensen zonder hoogtevrees, alhoewel de constructie zo in elkaar is gezet dat die vrees onnodig is. Je staat uiteindelijk vlak naast het klokkenspel en wees er op bedacht dat dat nogal luid klinkt. Oordopjes of een struikje peterselie meenemen.

Als je goed kijkt, kun je Ursem zien liggen…

Nico

Advertisements

45 Jaar

Posted: May 10, 2018 in (Klein)kinderen

Eind van de maand zijn we 45 jaar getrouwd en dat hebben we inmiddels met kinderen en kleinkinderen gevierd in Echten Drenthe. Ooit hadden we al eens goede ervaringen met een Belvilla in de Ardennen, dus ook deze keer werd het een Belvilla (vrij vertaald: ‘een mooi huis’). Een om de oude balken van een voormalige boerderij gebouwd optrekje, ‘Het Bovenveen’ genaamd met ruimte voor 21 personen en twee huisdieren. Nou hebben we die laatste niet en waren we ‘maar’ met acht volwassen en vijf kinderen, dus ruimte genoeg! Zo waren er acht slaapkamers en drie badkamers, waarvan eentje met saunacabine en jacuzzi. En wat te denken van een 9-holes golfterrein op het twee hectare grote erf dat is ingericht als een Engelse landschapstuin. Met een vijver, een theehuis te bereiken via een houten brug, waar we met z’n allen heerlijk hebben zitten lunchen. Een eigen overdekt buitenzwembad, dat echter door de niet zo meewerkende weergoden, te koud was en dat we daarom maar een keer hebben verruild voor het spetteren in de Bonte Wever te Assen. Ook hadden we een ‘eigen’ café. Zo’n beetje een combinatie van een oude bruine kroeg en een Ierse pub, compleet met dartbord en één pijltje. (Dat hebben we opgelost). Kortom het was me het weekje wel. Als klap op de vuurpijl kregen we een vijfgangen diner aangeboden, dat ter plekke werd bereid door een ingevlogen kok. Persoonlijk kan ik hier verklaren dat ik nog nooit zó lekker heb gegeten in een restaurant. (Thuis wél natuurlijk). Mijn

..aan de rijk gedekte tafel..

smaakpapillen jodelden een dag later nog. Alle zoetjes en zuurtjes op de juiste plaats in de amuses en voorgerechtjes gestopt door Dorothé. In het dagelijks leven als notarieel juriste bij de belasting werkzaam, maar in haar vrije tijd… Inderdaad Dorolicious! (Dorothea betekent: Godsgeschenk en daar kunnen we met recht Amen op zeggen). Alle gerechten werden ook met een ander bijpassend wijntje geserveerd. De kinderen deden de eerste drie gangen mee, waarvan de laatste voor hen uit pasta bestond en gingen toen naar bed. De volwassenen mochten opblijven en dat deden ze dan ook. Het hoofdgerecht bestond uit eendenborst. (Het water loopt me nog in de mond). Daar kon geen kip aan tippen. Het was een fantastische week en dat allemaal gesponsord door de tikkende breinaalden van Oma…

Opa

Geschiedenisles

Posted: April 1, 2018 in Historie

De allereerste op de lagere school ging over de Germanen. Ik leerde dat ze leefden van jagen, vissen en oorlog voeren. En dat ze ook wat minpuntjes hadden; ze deden aan lang slapen, bier drinken en dobbelen. Daarentegen waren ze wel weer eerlijk, gastvrij en trouw. En over dat bierdrinken door de jaren heen wil ik het hebben deze keer. Toen de Germanen tussen de 3e en de 4e ijstijd in Nederland kwamen wonen, vestigden ze zich aan de oevers van de Amstel. Een klein schoon stroompje, waaruit ze het water putten voor hun bier. Dat werd dus Amstel Bier genoemd. Eén van hun leiders hinnikte altijd als een paard als hij lachte. Ze noemden hem in het Oud-Germaans: Heinek. Toen ze dus een nieuw biertje op de markt brachten werd het Heineken. Op een gegeven moment zakten de Batavieren op houten vlotten de Rijn af met hun eigen merk: Bavaria. Het werd al gezelliger in de Lage Landen. Ze lieten het oorlog voeren een beetje sloffen en begonnen elkaar de loef af te steken met het brouwen van de lekkerste biertjes. Die moesten natuurlijk wel een week of twee houdbaar zijn en daarom deden ze het in aarden kruiken, die ze dichtsmeerden met klei. Toen kwamen de Kaninefaten binnenvallen en die heetten zo, omdat ze vaten met isolerend konijnenbont omwikkelden, de z.g.n. konijnenvaten om zo hun bier wel een maand te bewaren. Uiteindelijk vonden ze in Leerdam het glasblazen uit en werd het bier voornamelijk nog in groene of bruine flesjes gedaan. Zo konden ze hun bier wel twee maanden bewaren. Eerst deden ze nog een prop klei op de hals van de fles, maar een slimme Germaan vond toen de bierdop uit. Een stukje blik, dat ze bij de Hoogovens konden kopen en met een speciale tang (Action) op de fles konden knijpen. Voilà, het ei van Columbus, de triomf der techniek, eureka, de kroon op het werk, ze hadden het gevonden! En zo kan het gebeuren, vele eeuwen later dat onze 7-jarige kleinzoon een verzameling heeft aangelegd van allemaal verschillende bierdoppen. Vorige week hebben we ze geteld. Het zijn er 331! Het is dan ook niet verwonderlijk dat het biergebruik in onze naaste familie in één jaar tijd met zo’n beetje 80% is gestegen…

Nico

Ois

Posted: March 1, 2018 in Uncategorized

Slecht gaan joôs

Hadden we het in mijn vorige artikeltje over ‘rare jongens, die Britten’, we kunnen ook de hand in eigen boezem steken. Zodra de thermometer onder de 0 zakt en de ganzen in V-vorm naar het zuiden vliegen begint het. Wanneer de eerste nachtvorst zich aandient komen in Friesland de rayonhoofden bij elkaar om de ijssituatie tussen de inmiddels beroemde 11 steden te bespreken. IJsmeesters maken zich op om met geavanceerde apparatuur de dikte van de ijskorstjes te bepalen en rekenen uit hoeveel nachten het nog moet vriezen om met een man of 500 op de Bonkevaart te kunnen staan. De brug bij Bartlehiem wordt van een nieuw verfje voorzien. Schaatsen worden uit het vet gehaald en geslepen. Tijdens ieder journaal is het laatste stukje het belangrijkst en kijken miljoenen Nederlanders naar Gerrit Hiemstra en Peter Kuipers Munneke of naar de dames Amara Onwuka of Diana Woei. (Leuke naam trouwens voor een weervrouw). Komt de Russische beer dichterbij? Breidt het hogedrukgebied zich uit? Bij SBS6 doet Piet Paulusma er meestal nog een schepje bovenop en weet je zéker dat het voorlopig niet gaat dooien. We wrijven ons in de handen en genieten al bij voorbaat van de ijspret. IJsclubs haasten zich om de laatste hand te leggen aan de geluids- en lichtinstallatie. Tuurlijk, de ijsbanen lagen half oktober al onder water. Je kunt het nooit weten! Het is waarschijnlijk een onuitroeibaar virusje dat we gezamenlijk hebben opgelopen in voorgaande decennia toen er nog échte winters waren. Ik kan me zelf nog herinneren dat mijn buurman met paard en wagen over het ijs ging en dat je met de auto over het IJsselmeer van Noord-Holland naar Friesland kon rijden. Weken achter elkaar konden we schaatsen en dorpentochten rijden. Het was één groot feest. Overal langs de kant stonden koek- en zopietentjes, waar de snert en de warme chocolademelk niet was aan te slepen. Komt die tijd nog terug? Geen idee. Maar als West-Friezen kunnen we aardig relativeren. Het bijgaande prachtige plaatje laat dit wel zien. Als er maar geen katten op het ijs lopen, want dan gaat het gauw dooien!

Nico

Londen

Posted: February 19, 2018 in (Klein)kinderen

Eind vorige maand bevonden we ons ‘zomaar’ in de hoofdstad van Engeland, Londen. Nou, zomaar was het natuurlijk niet. We waren getuige van de promotie van onze zoon Jeroen. Hij mag zich voortaan tooien met de titel ‘Master of Science in Clinical Optometry’, behaald aan de City, University of London, Division of Optometry & Visual Sciences. In het verleden schreef men dan drs. (doctorandus) voor zijn of haar naam, maar ik heb begrepen dat die titel niet meer wordt gebezigd. Naast de vrij spectaculaire ceremonie, waardoor we zo ongeveer naast onze schoenen liepen van trots, hebben we na een nachtje Hilton de (wandel)schoenen weer aangetrokken en deden we een dagje Londen. Het is toch wel een heel aparte gewaarwording hoor, die Britse scenery. Er rijden nog steeds taxi’s, die eruitzien alsof ze uit de jaren ‘50 van de vorige eeuw komen, maar pas uit de fabriek zijn gerold. De rode dubbeldekker bussen domineren ook nog steeds het drukke verkeer, maar zijn ietwat gemoderniseerd. Ze hebben rondere (vrouwelijker?) vormen gekregen. Verder telde ik maar twee bolhoeden. Die hebben dus afgedaan voor de meeste Londenaren. Ooit bezocht ik Engeland in 1966 (we all live in a yellow submarine) en at daar fish and chips, verpakt in een roze krant. Ook nu hebben we ons bezondigd aan deze ietwat vette hap en geloof het of niet, de vis en de piepers lagen op een vetvrij papiertje, dat bedrukt was als een soort krant “The Daily Catch”. Ze kunnen dus maar moeilijk afstand doen van het verleden, die Britse jongens. Er staan zelfs nog knipperbollen bij voetgangersoversteekplaatsen. Ooit bedacht door de Britse minister van verkeer Leslie Hore-Belisha, na een aanrijding. Ze worden daar dan ook Belisha-beacons genoemd. Van 1957 tot 1962 hadden wij ze ook in Nederland, maar na het zebrapad heilig te hebben verklaard, verdwenen de knipperende gele bollen. Staan er nog telefooncellen in Nederland? Ik denk het niet. Wél in Londen. In de bekende rode kleur en nog steeds werkend! Om een lang verhaal wat in te korten: we hebben genoten van Trafalgar Square met Nelson op z’n paal, van Buckingham Palace, de guards on horses, St Paul’s Cathedral (£ 18,00 entree p.p. maar ‘even bidden’ is gratis..) en vooral de Thames met de imponerende Tower Bridge. Lovely!

Nico

Me too!

Posted: January 2, 2018 in Dagelijks leven

Sinterklaaspresentje!

Ja, ook ík behoor tot de wetsovertreders, die moeten boeten. Nee, het gaat níet over seksuele misstanden of zo, maar over mijn gedrag op de weg. Als heer in het verkeer zogezegd. Het aantal bekeuringen dat ik in mijn gemotoriseerde carrière van zo’n slordige halve eeuw bij elkaar heb gesprokkeld is op de vingers van één hand te tellen. Ik kan me nog herinneren dat ik ooit werd bekeurd in onze gifgroene Renault 4 (kenteken 12-FJ-40), omdat de garagehouder er bij het uitvallen van een koplamp, in plaats van een geel lampje, een witkleurend lampje had ingedraaid. En dus reed ik met twee verschillende lichten, zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Fout! Dat kostte geld, hetgeen ik echter nooit op de desbetreffende monteur heb kunnen verhalen. Ik herinner me nog een ander strafbaar feit: ooit zette ik mijn auto voor de zaak (in Ursem notabene!) op het trottoir, omdat er even geen plaats meer was op het vijf plaatsen tellende parkeerterrein. Daarna stapte ik in een andere auto om op klus te gaan en vergat mijn eigen vehikel. Mooi dat er na de werkdag om 17.00 uur een bon onder de ruitenwisser zat. In al die 50 jaren en duizenden kilometers zal er ook gerust wel eens een prent vanwege te snel rijden op de mat zijn gevallen, maar niet veel. Ik ben zogezegd een ‘slome’ rijder. Er waren zelfs ooit mensen, die tijdens een lange rit (Oekraïne b.v.) niet naast mij wilden zitten. Het schoot volgens hun niet op! Maar nu lag er dan toch weer zo’n vervelende brief van het Centraal Justitieel Incassobureau in de brievenbus. En jawel hoor! Op 5 december (Sinterklaas-avond!) had de overheid besloten om mij toch ook maar een cadeautje te geven. Een boete van € 33,00 omdat ik in de regio Hoorn – na correctie – wel vier (schrijve: 4!) kilometer te hard heb gereden op de Provinciale Weg bij de kruising met Het Keern. En dat klopte wel, we waren onderweg van onze (klein)kinderen in Hoorn naar onze (klein)kinderen in Maarssen, om daar na een gezellige uitpak(jes)-avond te gaan oppassen. Misschien had ik wel lood in mijn schoenen, waardoor het gaspedaal per ongeluk wat dieper werd ingetrapt dan normaal. En dat was natuurlijk nergens voor nodig omdat we graag oppassen en meestal fluitend over ’s Heren wegen richting onze ‘nazaten’ gaan. Drieëndertig euro lijkt niet veel, maar het is toch zonde geld. Ik had er liever een gepocheerde Schotse zalm op een bedje van gemarineerd zeewier voor gehad met een goed glas wijn. (Châteauneuf-du-Pape 1974 bijvoorbeeld). Gelukkig heb ik tot 12 februari de tijd om te betalen. Tot die tijd doen we het wel weer met een zoute haring en uitjes.

Nico

Laconiek

Posted: December 2, 2017 in Historie

Zag een Laconium er zo uit? Ik vind het wel een mooi plaatje met David (Michelangelo) en twee Batseba’s…

Waar komen onze woorden vandaan? Laconiek bijvoorbeeld, dat in onze taal staat voor ‘kalm’ of ‘onverstoorbaar’. Voor zover ik heb kunnen nagaan komt het bij de oude Grieken vandaan, nog preciezer: bij de bevolking van Sparta. Een ‘Spartaanse’ opvoeding is nog steeds een uitdrukking die iedereen begrijpt. Bij die opvoeding hoorde bijvoorbeeld regelmatig een verblijf in het Laconium, hetgeen je zou kunnen vergelijken met de huidige sauna’s. Daarbij werd er geen gebruik gemaakt van een kachel of warmtebron die zo nu en dan met water werd besprenkeld om de gevoelstemperatuur omhoog te brengen, maar (natuurstenen) vloer en wanden van de ruimte werden verwarmd. Naar verluidt tot zo’n 60° Celsius, waardoor de gevoelstemperatuur behoorlijk werd opgeschroefd. Ook de Romeinen hebben dergelijke ‘wellness-snufjes’ overgenomen, want in mijn woordenboek Latijn-Nederlands staat Laconicum (inclusief c) voor ‘zweetbad’ of ‘Laconische mantel’. Die laatste was dan misschien wel vervaardigd van (Texelse) schapenwol en de voorganger van thermische kleding. Inderdaad hadden ook de Romeinen een breed scala aan voorzieningen voor wat betreft socializen en baden. Nog steeds vinden er opgravingen plaats, waarbij de vergane glorie van het Romeinse Rijk zichtbaar wordt. Maar wat is nou de link tussen het Laconium en het woordje laconiek? Heel simpel: de mensen, die er niet na een kwartiertje de brui aangaven en zich af gingen spoelen in een koud dompelbad, maar lang bleven zitten in het zweetbad, werden door de omstanders ‘laconiek’ genoemd. Inderdaad kalm en onverstoorbaar. Als ik daar aan denk, dan breekt het zweet me uit.

Laco-Niek

P.S. Jullie hebben natuurlijk al gezien dat in de vorige twee afleveringen de foto’s niet zoals gewoonlijk links boven en rechts onder te zien zijn. Ze staan op dezelfde hoogte. Op de een of andere manier krijg ik dat niet meer voor elkaar. Voortaan maar één plaatje, totdat ik weet hoe dat moet…