Geschiedenisles

Posted: April 1, 2018 in Historie

De allereerste op de lagere school ging over de Germanen. Ik leerde dat ze leefden van jagen, vissen en oorlog voeren. En dat ze ook wat minpuntjes hadden; ze deden aan lang slapen, bier drinken en dobbelen. Daarentegen waren ze wel weer eerlijk, gastvrij en trouw. En over dat bierdrinken door de jaren heen wil ik het hebben deze keer. Toen de Germanen tussen de 3e en de 4e ijstijd in Nederland kwamen wonen, vestigden ze zich aan de oevers van de Amstel. Een klein schoon stroompje, waaruit ze het water putten voor hun bier. Dat werd dus Amstel Bier genoemd. Eén van hun leiders hinnikte altijd als een paard als hij lachte. Ze noemden hem in het Oud-Germaans: Heinek. Toen ze dus een nieuw biertje op de markt brachten werd het Heineken. Op een gegeven moment zakten de Batavieren op houten vlotten de Rijn af met hun eigen merk: Bavaria. Het werd al gezelliger in de Lage Landen. Ze lieten het oorlog voeren een beetje sloffen en begonnen elkaar de loef af te steken met het brouwen van de lekkerste biertjes. Die moesten natuurlijk wel een week of twee houdbaar zijn en daarom deden ze het in aarden kruiken, die ze dichtsmeerden met klei. Toen kwamen de Kaninefaten binnenvallen en die heetten zo, omdat ze vaten met isolerend konijnenbont omwikkelden, de z.g.n. konijnenvaten om zo hun bier wel een maand te bewaren. Uiteindelijk vonden ze in Leerdam het glasblazen uit en werd het bier voornamelijk nog in groene of bruine flesjes gedaan. Zo konden ze hun bier wel twee maanden bewaren. Eerst deden ze nog een prop klei op de hals van de fles, maar een slimme Germaan vond toen de bierdop uit. Een stukje blik, dat ze bij de Hoogovens konden kopen en met een speciale tang (Action) op de fles konden knijpen. Voilà, het ei van Columbus, de triomf der techniek, eureka, de kroon op het werk, ze hadden het gevonden! En zo kan het gebeuren, vele eeuwen later dat onze 7-jarige kleinzoon een verzameling heeft aangelegd van allemaal verschillende bierdoppen. Vorige week hebben we ze geteld. Het zijn er 331! Het is dan ook niet verwonderlijk dat het biergebruik in onze naaste familie in één jaar tijd met zo’n beetje 80% is gestegen…

Nico

Advertisements

Ois

Posted: March 1, 2018 in Uncategorized

Slecht gaan joôs

Hadden we het in mijn vorige artikeltje over ‘rare jongens, die Britten’, we kunnen ook de hand in eigen boezem steken. Zodra de thermometer onder de 0 zakt en de ganzen in V-vorm naar het zuiden vliegen begint het. Wanneer de eerste nachtvorst zich aandient komen in Friesland de rayonhoofden bij elkaar om de ijssituatie tussen de inmiddels beroemde 11 steden te bespreken. IJsmeesters maken zich op om met geavanceerde apparatuur de dikte van de ijskorstjes te bepalen en rekenen uit hoeveel nachten het nog moet vriezen om met een man of 500 op de Bonkevaart te kunnen staan. De brug bij Bartlehiem wordt van een nieuw verfje voorzien. Schaatsen worden uit het vet gehaald en geslepen. Tijdens ieder journaal is het laatste stukje het belangrijkst en kijken miljoenen Nederlanders naar Gerrit Hiemstra en Peter Kuipers Munneke of naar de dames Amara Onwuka of Diana Woei. (Leuke naam trouwens voor een weervrouw). Komt de Russische beer dichterbij? Breidt het hogedrukgebied zich uit? Bij SBS6 doet Piet Paulusma er meestal nog een schepje bovenop en weet je zéker dat het voorlopig niet gaat dooien. We wrijven ons in de handen en genieten al bij voorbaat van de ijspret. IJsclubs haasten zich om de laatste hand te leggen aan de geluids- en lichtinstallatie. Tuurlijk, de ijsbanen lagen half oktober al onder water. Je kunt het nooit weten! Het is waarschijnlijk een onuitroeibaar virusje dat we gezamenlijk hebben opgelopen in voorgaande decennia toen er nog échte winters waren. Ik kan me zelf nog herinneren dat mijn buurman met paard en wagen over het ijs ging en dat je met de auto over het IJsselmeer van Noord-Holland naar Friesland kon rijden. Weken achter elkaar konden we schaatsen en dorpentochten rijden. Het was één groot feest. Overal langs de kant stonden koek- en zopietentjes, waar de snert en de warme chocolademelk niet was aan te slepen. Komt die tijd nog terug? Geen idee. Maar als West-Friezen kunnen we aardig relativeren. Het bijgaande prachtige plaatje laat dit wel zien. Als er maar geen katten op het ijs lopen, want dan gaat het gauw dooien!

Nico

Londen

Posted: February 19, 2018 in (Klein)kinderen

Eind vorige maand bevonden we ons ‘zomaar’ in de hoofdstad van Engeland, Londen. Nou, zomaar was het natuurlijk niet. We waren getuige van de promotie van onze zoon Jeroen. Hij mag zich voortaan tooien met de titel ‘Master of Science in Clinical Optometry’, behaald aan de City, University of London, Division of Optometry & Visual Sciences. In het verleden schreef men dan drs. (doctorandus) voor zijn of haar naam, maar ik heb begrepen dat die titel niet meer wordt gebezigd. Naast de vrij spectaculaire ceremonie, waardoor we zo ongeveer naast onze schoenen liepen van trots, hebben we na een nachtje Hilton de (wandel)schoenen weer aangetrokken en deden we een dagje Londen. Het is toch wel een heel aparte gewaarwording hoor, die Britse scenery. Er rijden nog steeds taxi’s, die eruitzien alsof ze uit de jaren ‘50 van de vorige eeuw komen, maar pas uit de fabriek zijn gerold. De rode dubbeldekker bussen domineren ook nog steeds het drukke verkeer, maar zijn ietwat gemoderniseerd. Ze hebben rondere (vrouwelijker?) vormen gekregen. Verder telde ik maar twee bolhoeden. Die hebben dus afgedaan voor de meeste Londenaren. Ooit bezocht ik Engeland in 1966 (we all live in a yellow submarine) en at daar fish and chips, verpakt in een roze krant. Ook nu hebben we ons bezondigd aan deze ietwat vette hap en geloof het of niet, de vis en de piepers lagen op een vetvrij papiertje, dat bedrukt was als een soort krant “The Daily Catch”. Ze kunnen dus maar moeilijk afstand doen van het verleden, die Britse jongens. Er staan zelfs nog knipperbollen bij voetgangersoversteekplaatsen. Ooit bedacht door de Britse minister van verkeer Leslie Hore-Belisha, na een aanrijding. Ze worden daar dan ook Belisha-beacons genoemd. Van 1957 tot 1962 hadden wij ze ook in Nederland, maar na het zebrapad heilig te hebben verklaard, verdwenen de knipperende gele bollen. Staan er nog telefooncellen in Nederland? Ik denk het niet. Wél in Londen. In de bekende rode kleur en nog steeds werkend! Om een lang verhaal wat in te korten: we hebben genoten van Trafalgar Square met Nelson op z’n paal, van Buckingham Palace, de guards on horses, St Paul’s Cathedral (£ 18,00 entree p.p. maar ‘even bidden’ is gratis..) en vooral de Thames met de imponerende Tower Bridge. Lovely!

Nico

Me too!

Posted: January 2, 2018 in Dagelijks leven

Sinterklaaspresentje!

Ja, ook ík behoor tot de wetsovertreders, die moeten boeten. Nee, het gaat níet over seksuele misstanden of zo, maar over mijn gedrag op de weg. Als heer in het verkeer zogezegd. Het aantal bekeuringen dat ik in mijn gemotoriseerde carrière van zo’n slordige halve eeuw bij elkaar heb gesprokkeld is op de vingers van één hand te tellen. Ik kan me nog herinneren dat ik ooit werd bekeurd in onze gifgroene Renault 4 (kenteken 12-FJ-40), omdat de garagehouder er bij het uitvallen van een koplamp, in plaats van een geel lampje, een witkleurend lampje had ingedraaid. En dus reed ik met twee verschillende lichten, zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Fout! Dat kostte geld, hetgeen ik echter nooit op de desbetreffende monteur heb kunnen verhalen. Ik herinner me nog een ander strafbaar feit: ooit zette ik mijn auto voor de zaak (in Ursem notabene!) op het trottoir, omdat er even geen plaats meer was op het vijf plaatsen tellende parkeerterrein. Daarna stapte ik in een andere auto om op klus te gaan en vergat mijn eigen vehikel. Mooi dat er na de werkdag om 17.00 uur een bon onder de ruitenwisser zat. In al die 50 jaren en duizenden kilometers zal er ook gerust wel eens een prent vanwege te snel rijden op de mat zijn gevallen, maar niet veel. Ik ben zogezegd een ‘slome’ rijder. Er waren zelfs ooit mensen, die tijdens een lange rit (Oekraïne b.v.) niet naast mij wilden zitten. Het schoot volgens hun niet op! Maar nu lag er dan toch weer zo’n vervelende brief van het Centraal Justitieel Incassobureau in de brievenbus. En jawel hoor! Op 5 december (Sinterklaas-avond!) had de overheid besloten om mij toch ook maar een cadeautje te geven. Een boete van € 33,00 omdat ik in de regio Hoorn – na correctie – wel vier (schrijve: 4!) kilometer te hard heb gereden op de Provinciale Weg bij de kruising met Het Keern. En dat klopte wel, we waren onderweg van onze (klein)kinderen in Hoorn naar onze (klein)kinderen in Maarssen, om daar na een gezellige uitpak(jes)-avond te gaan oppassen. Misschien had ik wel lood in mijn schoenen, waardoor het gaspedaal per ongeluk wat dieper werd ingetrapt dan normaal. En dat was natuurlijk nergens voor nodig omdat we graag oppassen en meestal fluitend over ’s Heren wegen richting onze ‘nazaten’ gaan. Drieëndertig euro lijkt niet veel, maar het is toch zonde geld. Ik had er liever een gepocheerde Schotse zalm op een bedje van gemarineerd zeewier voor gehad met een goed glas wijn. (Châteauneuf-du-Pape 1974 bijvoorbeeld). Gelukkig heb ik tot 12 februari de tijd om te betalen. Tot die tijd doen we het wel weer met een zoute haring en uitjes.

Nico

Laconiek

Posted: December 2, 2017 in Historie

Zag een Laconium er zo uit? Ik vind het wel een mooi plaatje met David (Michelangelo) en twee Batseba’s…

Waar komen onze woorden vandaan? Laconiek bijvoorbeeld, dat in onze taal staat voor ‘kalm’ of ‘onverstoorbaar’. Voor zover ik heb kunnen nagaan komt het bij de oude Grieken vandaan, nog preciezer: bij de bevolking van Sparta. Een ‘Spartaanse’ opvoeding is nog steeds een uitdrukking die iedereen begrijpt. Bij die opvoeding hoorde bijvoorbeeld regelmatig een verblijf in het Laconium, hetgeen je zou kunnen vergelijken met de huidige sauna’s. Daarbij werd er geen gebruik gemaakt van een kachel of warmtebron die zo nu en dan met water werd besprenkeld om de gevoelstemperatuur omhoog te brengen, maar (natuurstenen) vloer en wanden van de ruimte werden verwarmd. Naar verluidt tot zo’n 60° Celsius, waardoor de gevoelstemperatuur behoorlijk werd opgeschroefd. Ook de Romeinen hebben dergelijke ‘wellness-snufjes’ overgenomen, want in mijn woordenboek Latijn-Nederlands staat Laconicum (inclusief c) voor ‘zweetbad’ of ‘Laconische mantel’. Die laatste was dan misschien wel vervaardigd van (Texelse) schapenwol en de voorganger van thermische kleding. Inderdaad hadden ook de Romeinen een breed scala aan voorzieningen voor wat betreft socializen en baden. Nog steeds vinden er opgravingen plaats, waarbij de vergane glorie van het Romeinse Rijk zichtbaar wordt. Maar wat is nou de link tussen het Laconium en het woordje laconiek? Heel simpel: de mensen, die er niet na een kwartiertje de brui aangaven en zich af gingen spoelen in een koud dompelbad, maar lang bleven zitten in het zweetbad, werden door de omstanders ‘laconiek’ genoemd. Inderdaad kalm en onverstoorbaar. Als ik daar aan denk, dan breekt het zweet me uit.

Laco-Niek

P.S. Jullie hebben natuurlijk al gezien dat in de vorige twee afleveringen de foto’s niet zoals gewoonlijk links boven en rechts onder te zien zijn. Ze staan op dezelfde hoogte. Op de een of andere manier krijg ik dat niet meer voor elkaar. Voortaan maar één plaatje, totdat ik weet hoe dat moet…

Foto’s

Posted: November 28, 2017 in Historie

1952(?)

1966 (?)

Wat een reünie allemaal niet teweeg kan brengen… Op 24 november j.l. hadden wij een reünie van de zesde klas van de lagere (Bavo) school in Ursem. Precies 27 jaar geleden, in 1990, hadden we de eerste reünie en een herhaling van dat feit leek me een goede zaak. Eigenlijk hebben de meesten van ons van 1952 tot 1960 met elkaar opgetrokken in dezelfde klas. En dat waren maar liefst 41 kinderen! Bij het samenstellen van een herinneringsboekje doken er foto’s op, waarvan ik het bestaan niet kende, noch vermoedde! De (bewaarschool) klas is ooit (waarschijnlijk in 1952) in tweeën gefotografeerd, omdat de camera anders het hele stel er niet op kreeg. Er is dus een foto van 20 man en eentje van 24 kleuters! Zo te zien zitten er wat jongere snuitertjes tussen van lagere klassen, maar het gros van ‘onze’ jaargang staat er pontificaal op. Rondom juffrouw Miep Jong, die nog steeds leeft! Op bijgaande foto zie je mij dan ook op de bovenste rij, tweede van links zonder voortanden staan. Een andere foto kwam van een klasgenoot. Ik had iedereen gevraagd om een foto uit de 60er jaren te sturen en zó kwam de andere foto naast dit stukje bijna letterlijk boven water. Het is een strandfoto, waarbij Wim Dol en ik onze spierballen tonend, parmantig boven zijn ingegraven zusje Willy staan. Vriendin Ada Vlaar zit rechts op de voorgrond. Eerlijk gezegd had ik die foto nog nooit eerder gezien en ook het evenement – een dagje naar zee – kon ik mij niet meer voor de geest halen. Ik denk dat het zo’n beetje 1966 moet zijn geweest toen deze opname werd gemaakt. Waarschijnlijk had Willem zijn rijbewijs net en mochten we de auto (Vauxhall) meenemen. Tussen twee haakjes de Beatles zongen toen “We all live in the yellow submarine”, maar dat geheel terzijde.

Nico

Sunteremaarte

Posted: November 4, 2017 in Uncategorized

beste biet

duizende pôtentiêle Sunteremaartelichies!

Deer keke wai al dage nei uit. Om klokslag voif mochte we den oindeluk ‘rs de woid uit en gonge we lopend nei de Roôie brug. Deer begonne we altoid om zo koeterdekoet richting dorp te gaan, weer de meiste huize bai mekaar stinge en weero je effies gauwerder je tassie vol had. Maar altoid eerst de Walingsdijk, weer wai ok an weunde. Nou hadde wai gien lampions of zuk, maar me vader holde altoid een biet uit. ’t Snokkerste wasze de biete met ’n roôd kleurtje, want die skene zo bar mooi deur. Eerst haalde ie ’n plak van de bovekant erof, maakte deer ’n rookgat in en zette ’t spul nei ’t uitholle weer met twei luizepootjes, zo noemde wai lucifers zien, vast. Als de biet uitholt was, den ging ie an de zoikante Sunte Maarte en de bedelaar uitsnaaie. Je wete wel: hai hakte z’n jassie an tweeë met ze zweerd en gaf ien end an die joôn. Me vader snee ok meistes ’n môlentje erboi. As ’t waxinelichie den anging en we ’t licht uitdede, was dat een allemachtig mooi gezicht. Wai bar groôs maar ’t was voor de nering niet al te best. We hadde teveul bekoiks. Van Dorus van der Lee tot en met vrouw Hille moste we zewat overal effies binnenkomme om de biet zien te leite. En we zonge ok nag hêle lange liedjes en alle keplette. Dat vrat toid. En we ware wel om voif uur begonne te lope, maar om klokslag acht ginge alle deure dicht. En we mochte van thuis niet van die rare liedjes zinge zo as “Sunteremaarte de deur is vast, geef de kirrel op ze bast”. Dat hoorde vezelf niet. D’r ware nag gien Marse, Bounties en Snickers dat wai moste ’t doen met wat moppies, ‘n spikkelasie, ’n hartje, hier en deer ’n zuurtje en af en toe ’n verskrompeld appeltje. En d’r was ’n buuvrouwtje deer krege wai altoid ’n duppie. Die sloege we vezelf niet over! Op ’n keer was ik al zewat weer bai huis en stond ik bar te zinge bai ’n bekende boederai. De boerin deed wat in me tassie en ok heur zeun kwam effe lachend over de koegang nei de deur en stak ok ze hand in me tas. Ik bloid, want dat ware twei vliege in ien klap. Totdat ik thuiskwam en de (zwum)tas omkeerde. De leuke buurjoôn had ’n hand heêl foin koeieheer in me tas stopt en we konne alle snoepies en koekspul weggooie, want d’r zat allegaar heer an. Alliendig de snoepies, die in ’n papiertje zatte, hewwe we houwe. Dat ik most er dun deur dat jaar. Slecht gaan joôs! Gelukkig had me moeder nag ’n onsie Engelse drop in de kast legge dat ik werd zoethouwe met ’n stik of wat van die droppies. ’t Jaar deernei hew ik de boederai oversloege. Ze hewwe den ok niet genôte van moin geskoôlde stem en de weer skitterende biet. Oige skuld, dikke bult!

Nico