Archive for the ‘Historie’ Category

Goed verzekerd!

Posted: February 1, 2017 in Historie
het waardevolle document

het waardevolle document

Bij het opruimen van wat kasten kwamen we een polis voor een levensverzekering op mijn naam tegen. Mijn ouders hadden op 1 juni 1948 voor mij een 30-jaar lopende verzekering afgesloten voor een bedrag van één honderd gulden en “zulks tegen betaling van een premie groot vijftien cent per maand”. Dat lijkt een lachertje, maar vergis je niet. Zij betaalden toen bijvoorbeeld drie gulden en tien cent per week huur… In augustus 1974, toen het financieel wat beter ging hebben ze in één klap de resterende premie betaald (tot 1 juni 1978) en waren ze zes gulden 90 armer. De verzekering was ondergebracht bij de ERK, de Eerste Roomsch-Katholieke Levensverzekering Maatschappij N.V. gevestigd te Nijmegen. Ik herinner me nog een kalender van de ERK, die in de slaapkamer van mijn ouders hing. Er stond een vogel op die zijn jongen voedde met bloed van zichzelf. Mijn moeder vertelde me dat het een pelikaan was, die bij gebrek aan voedsel, haar eigen jongen op deze manier in leven hield. ’t Veilige nest was de slogan. Een mooie symboliek! Een beetje nieuwsgierig of de ERK nog te traceren was, ben ik op internet gaan zoeken en jawel hoor. Ondergebracht bij a.s.r. de verzekeringsmaatschappij voor alle verzekeringen. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat de polis wordt uitgekeerd, dus een e-mailtje naar Utrecht verzonden. En jawel, een berichtje terug met de mededeling dat er exact € 45,00 (= fl. 100,00) klaarstaat voor mijn erfgenamen, mits ik mijn laatste adem heb uitgeblazen… Dat viel dus een beetje tegen. Stilletjes had ik gedacht dat er wel enige indexering zou zijn losgelaten op het verzekerde bedrag, maar helaas. De ERK en later de fusiepartners en tenslotte a.s.r. hebben “goed” op het geld gepast. En hoewel de ERK ook nog pocht dat er geen betere manier van sparen is dan het sluiten eener levensverzekering bij deze maatschappij en dat er zekerheid is door veilige grondslagen en beleggingen, heb ik toch zo mijn twijfels. Hoeveel van deze polissen zijn bij het oud papier geraakt? En wie plukt daar de vruchten van? (oh nee, dat is een andere verzekering). Van de uit te keren € 45,00 kun je op dit moment 57 postzegels kopen en dat worden er elk jaar minder… Niet van die grijze alstublieft, zo kleurig mogelijk!

Nico

N.B. Fl 100,00 in 1948 zou in 2015 een ‘koopkracht’ opleveren van fl 1006,43 oftewel € 456,70…

Overheidsbemoeienis

Posted: September 12, 2016 in Historie
volgens het "Koggennieuws"

volgens het “Koggennieuws”

In mijn jeugd was – op zomerse dagen – de witte brug bij Oudejans een trekpleister. Er werd gezwommen, van de leuning gesprongen en gedoken onder het toeziend oog van veel belangstellenden. Genieten met hoofdletter G. Soms zag je een rat voorbij zwemmen of kruiste een dikke, drijvende drol je pad. Maar we bleven zwemmen! Jongens èn meisjes. Bij het verlaten van het water, wist je precies waar je je voet op een steen kon zetten, want wat meer naar rechts lagen heel veel bierdoppen in het water en dat deed zeer. Natuurlijk haalde iemand zijn voet wel eens open aan een kapot bierglas dat in die tijd ook rücksichtlos de ringvaart in ging. Even spoelen in het ondoorzichtige water, afdrogen en naar huis voor een pleister. Hiervan kunnen waarschijnlijk diverse Ursemmers getuigen. Maar er is nog nooit een Ursemmer verdronken door het zwemmen in de ringsloot, het duiken van de leuning of het met z’n drieën tegelijk duiken vanaf de Schermerdijk. (Jij links, ik het midden en jij rechts…). Oh ja, het verhaal gaat dat Arie Mak ooit met zijn hoofd in een oude kachel dook en dat alleen zijn benen nog boven water te zien waren. Een verhaal dat mijn vader ook zo nu en dan opdiste tijdens feestelijke gelegenheden. Broodje aap als je het mij vraagt. Ruim een halve eeuw later blijkt volgens het Koggennieuws dat brugspringen gevaarlijk is, niet verstandig en…verboden!! Overheidsbemoeienis van de bovenste (duik)plank als ik zo onbescheiden mag zijn. Volgens de gemeentewoordvoerder zit het gevaar in passerende boten (de meeste Ursemmers hebben goede ogen èn oren), stroming van het water (een mui in de ringvaart???) en voorwerpen die op de bodem liggen (liggen die oude kachels er nu nog?). Verder hebben omwonenden overlast van de zwemmende jeugd en de brugspringers. Dat kijkt me een beetje overdreven. Maar de politie controleert actief op overtreders van de gemeentelijke bepalingen. Dat kost ons natuurlijk geld. Mijn voorstel: met dat geld de firma Schilder de ringsloot even laten opschonen en uitdiepen bij de witte brug en bij de groene brug (die inmiddels ook wit is). Twee natuurlijke zwembaden gecreëerd. Iedereen blij. Als er geld over is: roestvrij stalen trappetjes er bij om uit het water te klauteren. Als ik in de gemeenteraad zat zou ik het wel weten: een gratis advies van een extern, ervaringsdeskundig bureau. Meteen doen!

overbodig?

overbodig?

Nico

Sigarenkistje

Posted: August 2, 2016 in Historie
voorzijde prentje

voorzijde prentje

Zo af en toe worden mij “erfstukken” van onze ouders via mijn zussen in de schoot geworpen. Zoals bijvoorbeeld een houten sigarenkistje, waarin ooit 50 amarillo sigaartjes hebben gezeten van het merk “Albatros”, die waarschijnlijk door één van mijn opa’s zijn opgepaft. In dat kistje zitten een paar honderd “heiligenplaatjes” en bidprentjes, die ontegenzeggelijk eigendom waren van mijn moeder. Zij ging als 13-jarige al “uit dienen” en werd pastoorsmeid in de Beemster. En toen de pastoor (de Kok) naar de parochie in de Zilk verhuisde, verhuisde moeder Toos mee. We hebben ook nog brieven, die ze – in die tijd – ver van huis naar haar ouders in de Westbeemster schreef… Het zijn van die kleine plaatjes die je in je kerkboek bewaarde en veel van die prentjes zijn afkomstig van nonnen, die er naast hun naam, “bid voor mij” op schreven. Eén van die plaatjes trok wel erg mijn aandacht. Op de voorzijde Jezus met zo te zien een jongen en een meisje en de Latijnse tekst: Diffusa est gratia in labiis tuis. Met twee Latijnse woordenboeken erbij kan ik dit niet vertalen, het heeft te maken met de bekoorlijkheid van je lippen. Misschien dus wel (erg) vrij vertaald: spreken is zilver en zwijgen is goud… Maar de andere kant van het prentje is een oproep om plechtig te verklaren (en te ondertekenen) dat je je – als meisje – kuis gedraagt door je kleeding gesloten te dragen tot aan de hals, tot over den elleboog en tot beneden de knieën! En dat alles in Rotterdam bekokstoofd door C. Haanen O.F.M. een Franciscaan op 5 september 1928. Een man! Gelukkig heeft mijn moeder het plechtig voornemen niet ondertekend en heeft zij nooit boerka-achtige kleren gedragen. 88 Jaar na dit plaatje moeten we er natuurlijk om lachen omdat we in het vrije Westen zijn opgevoed en wonen. Helaas zijn er op deze wereld nog steeds mannen, die vanuit religieuze sentimenten (??) vrouwen proberen te beknotten. Prediker schreef het al: er is niets nieuws onder de zon…

...en de achterzijde

…en de achterzijde

Nico

Badkamergeheimen

Posted: June 10, 2016 in Historie
de tobbe

de tobbe

We gaan terug naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, ik neem jullie mee naar de gemeentewoning aan de Walingsdijk. Op de begane grond was er de kamer, de keuken en een slaapkamer en op de eerste verdieping was een zolder en één slaapkamertje. Nee, er was geen meterkast (de meter hing ‘gewoon’ aan het schot in de ‘hal’), geen toilet (daarvoor moest je naar buiten, de schuur in) en al helemaal geen badkamer of douche. Hoe ging dat dan? Heel eenvoudig: de zaterdag was bestemd als wasdag. Ik herinner mij dat ik dan in de ‘tobbe’ ging, een ovale, zinken teil, die op het zeil in de kamer werd gezet. Meestal stond dan ook de radio aan en was er een K.R.O. (= Katholieke Radio Omroep) kinderuitzending “Sesam open u”, maar het kon ook zijn dat er Gregoriaanse gezangen te beluisteren waren. Dat badderen ging meestal wel goed totdat mijn haar weer eens gewassen moest worden. Daar had ik een afschuwelijke hekel aan. Mijn moeder gebruikte na het inzepen de koffiepot (ja écht, zo’n ouderwetse metalen perculatorpot met tuit) om het zeep uit mijn krullen te verwijderen. Hoofd achterover en gieten! Dan liep het water ook over mijn gezicht en dat vond ik maar niets. Toen ik wat ouder werd en niet meer in de teil paste verhuisde de ‘badkamer’ naar de (koudere) keuken. Er werd een doek gespannen voor het achterraam, zodat inkijk niet mogelijk was, de deur werd op slot gedraaid en klaar was de badruimte. Nee, er kwam geen warm water uit de kraan. Water werd verwarmd op het vierpits petroleumstel of in de winter ook op de kachel in een z.g.n. ‘zakketeltje’ dat ín de kachel werd geplaatst. Je kreeg of pakte een kom, goot er naar behoefte warm en koud water in en het ‘poezelen’ kon beginnen! Iedereen kwam altijd achterom, dus heel vaak werd er aan de deur gemorreld omdat bijvoorbeeld de bakker een halfje wit of een halfje vast tarwe wilde slijten. Dat vonden vooral mijn beide zussen minder leuk… Mijn moeder waste zich altijd in de (warme) kamer. Mijn vader mocht daar bij blijven, maar als kinderen moesten we dan altijd verhuizen naar de (koude) keuken totdat ze klaar was. Van mijn vaders badkamerrituelen kan ik me eigenlijk niets herinneren. Wél dat hij zich ’s zomers naast het schuitje in de (prut)sloot liet zakken, omdat hij wilde leren zwemmen. Hij deed dat mét zijn onderbroek aan natuurlijk, terwijl mijn moeder zich achter het oor krabde en zich afvroeg waarom zijn witte ondergoed zo ‘goor’ bleef… Een echte douche kregen we pas in 1969. We zijn vanaf die tijd dan ook een stuk schoner geworden!

 

Nico

Terug in de familie

Posted: February 18, 2016 in Historie

Foto 17-02-16 08 51 24We gaan weer even terug in de tijd. (Je wordt ouder pappie, geef ’t maar toe!) Mijn vader, Niek Mulder, spitte vóór zijn trouwen, ergens tussen 1922 en 1939 de tuin naast zijn ouderlijk huis om. Dat was aan de Walingsdijk aan de oostzijde van thans Walingsdijk 75. Voor eigen gebruik verbouwde men daar aardappelen en wat groenten. Omdat het land wat ‘schraal’ was geworden werd de grond twee steken diep omgespit. Opeens zag hij iets blinken. Hij pakte het op, wreef het met zijn rode zakdoek schoon en had een munt in zijn hand. Een oude zilveren munt. Hij deed hem in zijn portemonnee en droeg hem altijd bij zich. Als kind herinner ik mij dat, omdat hij ‘m af en toe liet zien. Er stond een scheepje achterop. In de zestiger jaren toen het economisch allemaal wat beter werd, reed mijn vader een brommer, een Sparta. Toen hij eens voor onderhoud bij de plaatselijke bromfietsdealer/rijwielhersteller kwam, vertelde die dat hij Nederlandse munten verzamelde. Mijn vader trok zijn portemonnee en liet de munt met het scheepje zien. Even later was de munt van eigenaar verwisseld voor ‘het schoonmaken van de brommer en een servicebeurt’. Weg munt! Dit zal zo ongeveer rond 1966 zijn gebeurd, ik reed toen zelf op een Eysink. Nadat mijn vader was overleden in 1980 ben ik naar de rijwielhersteller gegaan en heb ik gevraagd of ik de munt terug kon kopen. Dat ging niet, want het was ‘de kroon op zijn verzameling’. Jammer. Wij verhuisden naar Texel en Jeroen begon ook met het verzamelen van Nederlandse munten. De rijwielhersteller was inmiddels overleden en ik heb geprobeerd om nogmaals de munt in handen te krijgen. Zijn vrouw was echter niet te vermurwen. De munt bleef op Ursem. Een paar weken geleden is de vrouw van de rijwielhersteller kleiner gaan wonen en kwam de vraag of wij (als Historische Kring Ursem) eventueel belangstelling hadden voor oude documenten van vroeger uit de fietsenwinkel. Meteen dacht ik weer aan de munt. Toen ben ik op de zoon van de familie afgestapt en heb hem bovenstaand verhaal verteld en gevraagd of de munt nu eventueel te koop was. Er bleek niemand meer actief munten te verzamelen in de familie en een paar dagen later mocht ik hem uit de collectie vissen en kopen! En daar was hij weer, ter grootte van een gulden, flinterdun, maar met het scheepje op de achterzijde. Nu pas (internet!) weet ik dat het een Scheepjesschelling is, geslagen in Enkhuizen in het jaar 1678. Waarde 6 Stuivers. In het Latijn staat er op de ene kant “God, onze kracht en onze hoop” en aan de andere zijde dat hij uit West-Friesland komt. Na 50 jaar (een halve eeuw) is de Scheepjesschelling weer in de familie. Jeroen kreeg hem voor zijn 37e verjaardag. Het cadeau dat alle andere cadeaus overbodig maakt…Foto 17-02-16 08 50 47

Nico

De lucht in

Posted: February 9, 2016 in Historie

uitjeTijdens mijn carrière als administrateur bij de firma Konijn (1970-1987) mocht ik eens een bedrijfsuitje regelen. En omdat de winkel vol stond met Philips apparatuur was het niet moeilijk om een reisdoel te bepalen. Het Evoluon in Eindhoven, uithangbord van de technologische vooruitgang en in 1966 uit de grond gestampt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de lampenfabriek aldaar, was een inkoppertje. Maar om daar met z’n allen per auto heen te rijden leek me niet zo leuk. In plaats van op te steken in “De Lucht” gingen we “door de lucht” van Amsterdam naar Eindhoven. Per vliegtuig dus! Op 20 april 1976 vlogen we met de NLM (Nederlandse Luchtvaart Maatschappij, later KLM Cityhopper) in een Fokker Friendship naar de Lichtstad. De heenvlucht nam precies 20 minuten in beslag en de terugvlucht ook. Eerlijk gezegd kan ik me van deze dag weinig meer van herinneren, maar het evenement kwam weer boven drijven toen ik een tas met zes dozen dia’s in de schoot kreeg geworpen uit de nalatenschap van het bedrijf. Daarbij heb ik altijd naarstig een logboek bijgehouden van alle uren en minuten die ik tussen hemel en aarde heb doorgebracht. De datum, het vliegtuig en de vliegtijd waren dus in een mum van tijd boven water. Zelf had ik toen al een keer of tien gevlogen en 15 uur en 21 minuten op de klok staan, dus maakte ik op deze dag de 16 uur vol. Voor mijn collega’s was het vaak de eerste keer dat ze de lucht in gingen. Leuk dat we er nu weer plaatjes bij hebben! Bovenste foto staand: v.l.n.r.: Peter Braas, Henk Timmer, Anneke Timmer, ik, Jan Does, Dicky Does, Jaap Appelman, Cor de Vries, Evelien de Vries, Mevrouw Konijn, Anja Konijn, Riet Appelman, Tineke Konijn, knielend: Gerard Oudejans, Liesbeth Oudejans en Dik Konijn. Waarschijnlijk is de dia gemaakt door de baas, Adam Konijn. Op de onderste foto ben ik zojuist weer op de aarde teruggekeerd in Amsterdam…uitje2

Nico

Mijn vader en moeder

Posted: January 4, 2016 in Historie
Niek, Toos, Betsy, Ria en die kleine dat ben ik

Niek, Toos, Betsy, Ria en die kleine dat ben ik

Hadden het niet breed. Op 11-jarige leeftijd moest m’n vader Niek al mee naar de bouw. En dan bedoel ik de akker, om aardappelen en groenten te telen. Iets wat hij niet ambieerde. Hij wilde graag timmerman/schrijnwerker worden, maar dat betekende langer op school. Helpende handjes op de bouw leverden waarschijnlijk in de optiek van mijn opa méér op. Hij vertelde wel eens dat hij blij was als het ging onweren, want dan schuilden ze gezellig in het veldersboetje. Toen hij dan ook in 1939 met mijn moeder Toos Jak, de dochter van een schoenmaker uit de Beemster, trouwde, ging hij dus dagelijks met de schuit kloetend de polder in naar de bouw. Maar niet op maandagochtend, want dan hielp hij mijn moeder met de was… De ketel met wasgoed, die op een vierpits petroleumstel in de schuur werd ‘gekookt’, was veel te zwaar voor dat mens. Maar dat was in de ogen van de collega bouwers vreemd en hij werd dan ook niet als een ‘echte’ bouwer gezien. Het was natuurlijk een rare tijd, zo vlak voor en in de oorlog. Om de huishuur (3 gulden 10 per week in 1949…) en de andere vaste lasten te betalen, leende mijn moeder soms geld van de buren. Als de veiling dan het geld uitbetaalde voor de geleverde aardappelen c.q. groenten, was mijn moeder heel blij. Maar dat was voor korte duur, want Pa had de centjes weer nodig voor het kopen van… kunstmest! Het was dus sappelen en lange dagen ploeteren terwijl er nauwelijks iets tegenover stond. De ommekeer kwam in 1953, toen hij bij de melkfabriek ‘de Prinses’ aan het werk kon. Elke week een zakje met geld en een strookje met daarop de uitleg hoe het kon dat er ‘zoveel’ geld in dat zakje zat. Er was vastigheid en er hoefde geen kunstmest meer gekocht te worden! Het gras vóór en achter het huis maaide hij met een zeis of de kleinere stukjes in de voortuin met een heggenschaar. Daar kwam verandering in; hij kocht een ‘echte’ maaimachine (tweedehands met houtworm in het handvat). Ook de fiets werd verruild voor een solex. Inmiddels had één van de eerste ‘goedkope’ winkelketens zich in Alkmaar gevestigd, B&W (Bodegraven en van Weert). Die zette advertenties in de krant met aanbiedingen. Moeder Toos knipte die uit en mijn vader ging met de solex naar de Langestraat in Alkmaar om b.v. een pak froufrou te halen… Vaak mocht ik mee, dan zat ik met mijn benen links en rechts in de fietstas. Dat de solex niet op water reed, daar werd effe niet bij stilgestaan. Op een keer gingen we ‘winkels kijken’ en zag ik een bouwdoosje van een B-17, een Amerikaanse bommenwerper. M’n vader zag dat ik stond te kwijlen en vroeg of ik dat mooi vond. “Tuurlijk!” Hij ging naar binnen en kocht dat doosje voor 3 gulden 50. Een hele schep geld voor die tijd. En zo kreeg onze familie langzaam aan ‘de biene onder ’t gat’.

Pa en ma op het voor de winter bestemde brandhout

Pa en ma op het voor de winter bestemde brandhout

Nico