Archive for the ‘Historie’ Category

Laconiek

Posted: December 2, 2017 in Historie

Zag een Laconium er zo uit? Ik vind het wel een mooi plaatje met David (Michelangelo) en twee Batseba’s…

Waar komen onze woorden vandaan? Laconiek bijvoorbeeld, dat in onze taal staat voor ‘kalm’ of ‘onverstoorbaar’. Voor zover ik heb kunnen nagaan komt het bij de oude Grieken vandaan, nog preciezer: bij de bevolking van Sparta. Een ‘Spartaanse’ opvoeding is nog steeds een uitdrukking die iedereen begrijpt. Bij die opvoeding hoorde bijvoorbeeld regelmatig een verblijf in het Laconium, hetgeen je zou kunnen vergelijken met de huidige sauna’s. Daarbij werd er geen gebruik gemaakt van een kachel of warmtebron die zo nu en dan met water werd besprenkeld om de gevoelstemperatuur omhoog te brengen, maar (natuurstenen) vloer en wanden van de ruimte werden verwarmd. Naar verluidt tot zo’n 60° Celsius, waardoor de gevoelstemperatuur behoorlijk werd opgeschroefd. Ook de Romeinen hebben dergelijke ‘wellness-snufjes’ overgenomen, want in mijn woordenboek Latijn-Nederlands staat Laconicum (inclusief c) voor ‘zweetbad’ of ‘Laconische mantel’. Die laatste was dan misschien wel vervaardigd van (Texelse) schapenwol en de voorganger van thermische kleding. Inderdaad hadden ook de Romeinen een breed scala aan voorzieningen voor wat betreft socializen en baden. Nog steeds vinden er opgravingen plaats, waarbij de vergane glorie van het Romeinse Rijk zichtbaar wordt. Maar wat is nou de link tussen het Laconium en het woordje laconiek? Heel simpel: de mensen, die er niet na een kwartiertje de brui aangaven en zich af gingen spoelen in een koud dompelbad, maar lang bleven zitten in het zweetbad, werden door de omstanders ‘laconiek’ genoemd. Inderdaad kalm en onverstoorbaar. Als ik daar aan denk, dan breekt het zweet me uit.

Laco-Niek

P.S. Jullie hebben natuurlijk al gezien dat in de vorige twee afleveringen de foto’s niet zoals gewoonlijk links boven en rechts onder te zien zijn. Ze staan op dezelfde hoogte. Op de een of andere manier krijg ik dat niet meer voor elkaar. Voortaan maar één plaatje, totdat ik weet hoe dat moet…

Advertisements

Foto’s

Posted: November 28, 2017 in Historie

1952(?)

1966 (?)

Wat een reünie allemaal niet teweeg kan brengen… Op 24 november j.l. hadden wij een reünie van de zesde klas van de lagere (Bavo) school in Ursem. Precies 27 jaar geleden, in 1990, hadden we de eerste reünie en een herhaling van dat feit leek me een goede zaak. Eigenlijk hebben de meesten van ons van 1952 tot 1960 met elkaar opgetrokken in dezelfde klas. En dat waren maar liefst 41 kinderen! Bij het samenstellen van een herinneringsboekje doken er foto’s op, waarvan ik het bestaan niet kende, noch vermoedde! De (bewaarschool) klas is ooit (waarschijnlijk in 1952) in tweeën gefotografeerd, omdat de camera anders het hele stel er niet op kreeg. Er is dus een foto van 20 man en eentje van 24 kleuters! Zo te zien zitten er wat jongere snuitertjes tussen van lagere klassen, maar het gros van ‘onze’ jaargang staat er pontificaal op. Rondom juffrouw Miep Jong, die nog steeds leeft! Op bijgaande foto zie je mij dan ook op de bovenste rij, tweede van links zonder voortanden staan. Een andere foto kwam van een klasgenoot. Ik had iedereen gevraagd om een foto uit de 60er jaren te sturen en zó kwam de andere foto naast dit stukje bijna letterlijk boven water. Het is een strandfoto, waarbij Wim Dol en ik onze spierballen tonend, parmantig boven zijn ingegraven zusje Willy staan. Vriendin Ada Vlaar zit rechts op de voorgrond. Eerlijk gezegd had ik die foto nog nooit eerder gezien en ook het evenement – een dagje naar zee – kon ik mij niet meer voor de geest halen. Ik denk dat het zo’n beetje 1966 moet zijn geweest toen deze opname werd gemaakt. Waarschijnlijk had Willem zijn rijbewijs net en mochten we de auto (Vauxhall) meenemen. Tussen twee haakjes de Beatles zongen toen “We all live in the yellow submarine”, maar dat geheel terzijde.

Nico

Bij- of scheldnaam?

Posted: September 14, 2017 in Historie

Bij de Historische Kring Ursem, waarvan ik deel uit maak, worden we soms voor een moeilijk dilemma geplaatst. Ooit kregen we van een dorpsgenoot een lange lijst met bijnamen van Ursemmers. Zo’n beetje iedereen in Volendam heeft een bijnaam, omdat daar de bevolking zo ongeveer uit vijf families is ontstaan en door de vele Veermannen, Schilders, Tollen, Kwakmannen en Zwarthoeden is het aanduiden van de juiste persoon bijna onmogelijk. Vandaar die bijnamen. Maar ook in Ursem kunnen we er wat van! En dan niet altijd (soms wel) om onderscheid te maken tussen mensen met dezelfde achternaam, maar ‘gewoon’ omdat men ooit in zijn of haar jeugd een bepaalde naam kreeg aangemeten. Meestal is dat een geinige naam, die al op de lagere school wordt gebezigd. Zo heetten mijn buurjongens bijvoorbeeld: Kuchel, Muggie, Skeet, Knoppie, Kaatje en Snarf. Maar wanneer is het nou een bijnaam en wanneer doe je er iemand pijn mee en is het een scheldnaam? Een voorbeeldje uit mijn jeugd: ik moest van m’n vader vliegertouw halen bij ‘Bollie’. Dat was een klein winkeltje onder aan de dijk midden in het dorp. Na tien minuten kom ik jankend thuis zonder touw. Mijn moeder: “weerom, peêuw je?” (Mijn moeder sprak Algemeen Beschaafd West-Fries met een licht West-Beemsters accent, ze had moeite met de ui en de eu, en noemde mij een eul als ze uil bedoelde..). Ik: “ik vroeg alliendeg maar: heb u nag vliegertouw vrouw Bollie, en toen kreeg ik een klap voor me kop”. Moeder: “lillijke joôn, je moete netjes vrouw Oudejans zegge!” Tot op de dag dat ik vliegertouw moest halen wist ik niet anders dan dat de uitbaatster van “de Kleine Bazar” Bollie heette. Haar echte naam Oudejans werd door niemand gebruikt, maar voor haar was Bollie geen leuke bijnaam, doch een scheldnaam. En dat resulteerde dus in een knal voor m’n kop. Of er dus ooit een artikel komt genaamd “bijnamen in Ursem” is maar de vraag. Voor je ’t weet heb je nietsvermoedend een knal te pakken…

De Kleine Bazar in een (veel) later tijdsgewricht

Nico

Goed verzekerd!

Posted: February 1, 2017 in Historie
het waardevolle document

het waardevolle document

Bij het opruimen van wat kasten kwamen we een polis voor een levensverzekering op mijn naam tegen. Mijn ouders hadden op 1 juni 1948 voor mij een 30-jaar lopende verzekering afgesloten voor een bedrag van één honderd gulden en “zulks tegen betaling van een premie groot vijftien cent per maand”. Dat lijkt een lachertje, maar vergis je niet. Zij betaalden toen bijvoorbeeld drie gulden en tien cent per week huur… In augustus 1974, toen het financieel wat beter ging hebben ze in één klap de resterende premie betaald (tot 1 juni 1978) en waren ze zes gulden 90 armer. De verzekering was ondergebracht bij de ERK, de Eerste Roomsch-Katholieke Levensverzekering Maatschappij N.V. gevestigd te Nijmegen. Ik herinner me nog een kalender van de ERK, die in de slaapkamer van mijn ouders hing. Er stond een vogel op die zijn jongen voedde met bloed van zichzelf. Mijn moeder vertelde me dat het een pelikaan was, die bij gebrek aan voedsel, haar eigen jongen op deze manier in leven hield. ’t Veilige nest was de slogan. Een mooie symboliek! Een beetje nieuwsgierig of de ERK nog te traceren was, ben ik op internet gaan zoeken en jawel hoor. Ondergebracht bij a.s.r. de verzekeringsmaatschappij voor alle verzekeringen. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat de polis wordt uitgekeerd, dus een e-mailtje naar Utrecht verzonden. En jawel, een berichtje terug met de mededeling dat er exact € 45,00 (= fl. 100,00) klaarstaat voor mijn erfgenamen, mits ik mijn laatste adem heb uitgeblazen… Dat viel dus een beetje tegen. Stilletjes had ik gedacht dat er wel enige indexering zou zijn losgelaten op het verzekerde bedrag, maar helaas. De ERK en later de fusiepartners en tenslotte a.s.r. hebben “goed” op het geld gepast. En hoewel de ERK ook nog pocht dat er geen betere manier van sparen is dan het sluiten eener levensverzekering bij deze maatschappij en dat er zekerheid is door veilige grondslagen en beleggingen, heb ik toch zo mijn twijfels. Hoeveel van deze polissen zijn bij het oud papier geraakt? En wie plukt daar de vruchten van? (oh nee, dat is een andere verzekering). Van de uit te keren € 45,00 kun je op dit moment 57 postzegels kopen en dat worden er elk jaar minder… Niet van die grijze alstublieft, zo kleurig mogelijk!

Nico

N.B. Fl 100,00 in 1948 zou in 2015 een ‘koopkracht’ opleveren van fl 1006,43 oftewel € 456,70…

Overheidsbemoeienis

Posted: September 12, 2016 in Historie
volgens het "Koggennieuws"

volgens het “Koggennieuws”

In mijn jeugd was – op zomerse dagen – de witte brug bij Oudejans een trekpleister. Er werd gezwommen, van de leuning gesprongen en gedoken onder het toeziend oog van veel belangstellenden. Genieten met hoofdletter G. Soms zag je een rat voorbij zwemmen of kruiste een dikke, drijvende drol je pad. Maar we bleven zwemmen! Jongens èn meisjes. Bij het verlaten van het water, wist je precies waar je je voet op een steen kon zetten, want wat meer naar rechts lagen heel veel bierdoppen in het water en dat deed zeer. Natuurlijk haalde iemand zijn voet wel eens open aan een kapot bierglas dat in die tijd ook rücksichtlos de ringvaart in ging. Even spoelen in het ondoorzichtige water, afdrogen en naar huis voor een pleister. Hiervan kunnen waarschijnlijk diverse Ursemmers getuigen. Maar er is nog nooit een Ursemmer verdronken door het zwemmen in de ringsloot, het duiken van de leuning of het met z’n drieën tegelijk duiken vanaf de Schermerdijk. (Jij links, ik het midden en jij rechts…). Oh ja, het verhaal gaat dat Arie Mak ooit met zijn hoofd in een oude kachel dook en dat alleen zijn benen nog boven water te zien waren. Een verhaal dat mijn vader ook zo nu en dan opdiste tijdens feestelijke gelegenheden. Broodje aap als je het mij vraagt. Ruim een halve eeuw later blijkt volgens het Koggennieuws dat brugspringen gevaarlijk is, niet verstandig en…verboden!! Overheidsbemoeienis van de bovenste (duik)plank als ik zo onbescheiden mag zijn. Volgens de gemeentewoordvoerder zit het gevaar in passerende boten (de meeste Ursemmers hebben goede ogen èn oren), stroming van het water (een mui in de ringvaart???) en voorwerpen die op de bodem liggen (liggen die oude kachels er nu nog?). Verder hebben omwonenden overlast van de zwemmende jeugd en de brugspringers. Dat kijkt me een beetje overdreven. Maar de politie controleert actief op overtreders van de gemeentelijke bepalingen. Dat kost ons natuurlijk geld. Mijn voorstel: met dat geld de firma Schilder de ringsloot even laten opschonen en uitdiepen bij de witte brug en bij de groene brug (die inmiddels ook wit is). Twee natuurlijke zwembaden gecreëerd. Iedereen blij. Als er geld over is: roestvrij stalen trappetjes er bij om uit het water te klauteren. Als ik in de gemeenteraad zat zou ik het wel weten: een gratis advies van een extern, ervaringsdeskundig bureau. Meteen doen!

overbodig?

overbodig?

Nico

Sigarenkistje

Posted: August 2, 2016 in Historie
voorzijde prentje

voorzijde prentje

Zo af en toe worden mij “erfstukken” van onze ouders via mijn zussen in de schoot geworpen. Zoals bijvoorbeeld een houten sigarenkistje, waarin ooit 50 amarillo sigaartjes hebben gezeten van het merk “Albatros”, die waarschijnlijk door één van mijn opa’s zijn opgepaft. In dat kistje zitten een paar honderd “heiligenplaatjes” en bidprentjes, die ontegenzeggelijk eigendom waren van mijn moeder. Zij ging als 13-jarige al “uit dienen” en werd pastoorsmeid in de Beemster. En toen de pastoor (de Kok) naar de parochie in de Zilk verhuisde, verhuisde moeder Toos mee. We hebben ook nog brieven, die ze – in die tijd – ver van huis naar haar ouders in de Westbeemster schreef… Het zijn van die kleine plaatjes die je in je kerkboek bewaarde en veel van die prentjes zijn afkomstig van nonnen, die er naast hun naam, “bid voor mij” op schreven. Eén van die plaatjes trok wel erg mijn aandacht. Op de voorzijde Jezus met zo te zien een jongen en een meisje en de Latijnse tekst: Diffusa est gratia in labiis tuis. Met twee Latijnse woordenboeken erbij kan ik dit niet vertalen, het heeft te maken met de bekoorlijkheid van je lippen. Misschien dus wel (erg) vrij vertaald: spreken is zilver en zwijgen is goud… Maar de andere kant van het prentje is een oproep om plechtig te verklaren (en te ondertekenen) dat je je – als meisje – kuis gedraagt door je kleeding gesloten te dragen tot aan de hals, tot over den elleboog en tot beneden de knieën! En dat alles in Rotterdam bekokstoofd door C. Haanen O.F.M. een Franciscaan op 5 september 1928. Een man! Gelukkig heeft mijn moeder het plechtig voornemen niet ondertekend en heeft zij nooit boerka-achtige kleren gedragen. 88 Jaar na dit plaatje moeten we er natuurlijk om lachen omdat we in het vrije Westen zijn opgevoed en wonen. Helaas zijn er op deze wereld nog steeds mannen, die vanuit religieuze sentimenten (??) vrouwen proberen te beknotten. Prediker schreef het al: er is niets nieuws onder de zon…

...en de achterzijde

…en de achterzijde

Nico

Badkamergeheimen

Posted: June 10, 2016 in Historie
de tobbe

de tobbe

We gaan terug naar de jaren vijftig van de vorige eeuw, ik neem jullie mee naar de gemeentewoning aan de Walingsdijk. Op de begane grond was er de kamer, de keuken en een slaapkamer en op de eerste verdieping was een zolder en één slaapkamertje. Nee, er was geen meterkast (de meter hing ‘gewoon’ aan het schot in de ‘hal’), geen toilet (daarvoor moest je naar buiten, de schuur in) en al helemaal geen badkamer of douche. Hoe ging dat dan? Heel eenvoudig: de zaterdag was bestemd als wasdag. Ik herinner mij dat ik dan in de ‘tobbe’ ging, een ovale, zinken teil, die op het zeil in de kamer werd gezet. Meestal stond dan ook de radio aan en was er een K.R.O. (= Katholieke Radio Omroep) kinderuitzending “Sesam open u”, maar het kon ook zijn dat er Gregoriaanse gezangen te beluisteren waren. Dat badderen ging meestal wel goed totdat mijn haar weer eens gewassen moest worden. Daar had ik een afschuwelijke hekel aan. Mijn moeder gebruikte na het inzepen de koffiepot (ja écht, zo’n ouderwetse metalen perculatorpot met tuit) om het zeep uit mijn krullen te verwijderen. Hoofd achterover en gieten! Dan liep het water ook over mijn gezicht en dat vond ik maar niets. Toen ik wat ouder werd en niet meer in de teil paste verhuisde de ‘badkamer’ naar de (koudere) keuken. Er werd een doek gespannen voor het achterraam, zodat inkijk niet mogelijk was, de deur werd op slot gedraaid en klaar was de badruimte. Nee, er kwam geen warm water uit de kraan. Water werd verwarmd op het vierpits petroleumstel of in de winter ook op de kachel in een z.g.n. ‘zakketeltje’ dat ín de kachel werd geplaatst. Je kreeg of pakte een kom, goot er naar behoefte warm en koud water in en het ‘poezelen’ kon beginnen! Iedereen kwam altijd achterom, dus heel vaak werd er aan de deur gemorreld omdat bijvoorbeeld de bakker een halfje wit of een halfje vast tarwe wilde slijten. Dat vonden vooral mijn beide zussen minder leuk… Mijn moeder waste zich altijd in de (warme) kamer. Mijn vader mocht daar bij blijven, maar als kinderen moesten we dan altijd verhuizen naar de (koude) keuken totdat ze klaar was. Van mijn vaders badkamerrituelen kan ik me eigenlijk niets herinneren. Wél dat hij zich ’s zomers naast het schuitje in de (prut)sloot liet zakken, omdat hij wilde leren zwemmen. Hij deed dat mét zijn onderbroek aan natuurlijk, terwijl mijn moeder zich achter het oor krabde en zich afvroeg waarom zijn witte ondergoed zo ‘goor’ bleef… Een echte douche kregen we pas in 1969. We zijn vanaf die tijd dan ook een stuk schoner geworden!

 

Nico